Thema

Solidariteit en strijd

  • De VARA is opgericht in grote solidariteit met de moderne arbeidersbeweging, dat wil zeggen met de politieke partij SDAP (de voorloper van de PvdA) en het vakverbond NVV (tegenwoordig FNV). Samen met een groot aantal andere sociaaldemocratische organisaties vormden ze de ‘rode familie', die het socialisme en de internationale solidariteit van arbeiders probeerde te bevorderen. Dat vergde strijd; in de politiek via het parlement, maar op de werkvloer via de vakbondsacties. Daar kwam voor sommige organisaties, zoals de jeugdbeweging AJC en het scholingsinstituut IVAO, een strijd bij om een betere cultuurspreiding. De VARA probeerde alle drie de inspanningen te steunen door politieke praatjes te verzorgen zoals Van Staat en Maatschappij, hoorspelen te laten maken als Het Ontslag, strijdliederen uit te zenden en vormende cursussen en lezingen voor de microfoon te brengen. Na de publicatie van het Plan van de Arbeid door SDAP en NVV in 1935 verzorgde de VARA de propaganda voor dat plan via dezelfde middelen.

  • Door de langdurige regeringsdeelname van de PvdA na de oorlog en door de stijgende welvaart bij de arbeidersklasse, verflauwde in de jaren vijftig de op strijd en polarisatie gerichte propaganda voor het socialisme. Aanhakend bij een nieuwlinkse golf in de jaren zestig, kwamen opvattingen op om media opnieuw voor bewustwording en strijd in te zetten. In internationale verband betekende dat een journalistieke zoektocht naar bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld. In januari 1975 organiseerde de VARA een grote solidariteitsuitzending met de socialistische partij in Portugal, Houd portugal vrij. In Nederland gingen sommigen bij de VARA op zoek naar de strijdbare arbeiders, bijvoorbeeld in Van Onderen, maar ook in de historische documentairereeks Voorwaarts en niet vergeten en de feministische rubriek Hoor Haar. In de politiek zocht de VARA ook aansluiting bij partijen en groepen links van de PvdA. Brede steun was er voor ‘het meest linkse kabinet dat Nederland gekend heeft', het kabinet-Den Uyl tussen 1973 en 1977. Vooral in In De Rooie Haan, maar ook in Achter het Nieuws was dat te horen en te zien.

  • De ideologisch geëngageerde vormen van journalistiek verflauwden weer in het zakelijke no-nonsense tijdperk vanaf de jaren tachtig. Negatieve ervaringen zoals met Alternatieve Koninginnedag droegen daartoe bij. De netsamenwerking met andere omroepen in het publieke bestel dwong ook tot een minder uitgesproken standpuntbepaling. Dat wil niet zeggen dat de VARA zich niet meer uitsprak, maar dat gebeurde wel veel meer indirect in journalistieke reportages, zoals in de uitzending van Zembla over de bouwfraude of met indringende gesprekken met slachtoffers van discriminatie of achterstelling, bijvoorbeeld in Sonja op..., of De Ronde van Witteman. Of door middel van satire, zoals in Kopspijkers en Het schone Schijnekenhuis.

Overige thema's