Arbeiders hadden ook kinderen en die waren nog grotendeels onwetend van het socialisme. Maar ze vonden de radio wel leuk, vooral de kinderuurtjes van de AVRO. Om die kinderen toch namens de VARA iets te bieden, begon ook de VARA in 1928 met een kinderuurtje. Daarin trad een clown met een beer op en las een mevrouw een verhaaltje voor. Willem van Cappellen kwam in 1929 met het lumineuze idee om een hoorspel voor kinderen te maken. Het zou moeten handelen over een gewoon Hollands gezin dat avonturen beleefde in het dagelijkse leven. Dat werd De Familie Mulder, een serie die vrij snel bekend stond als De avonturen van Ome Keesje. De oudste figurant in het hoorspel was immers een oude oom die niet alleen vrolijk, maar ook wijs was. Van Cappellen speelde zelf deze figuur met een hoge stem, die het tot 1950 uit zou houden (met een onderbreking in de oorlog). Met Ome Keesje begon een traditie om hoorspelen (en later televisiespelen) te maken rond een familie. In de jaren vijftig zou De Familie Doorsnee de beroemdste worden. Toen ook maakte de VARA veel meer programma's voor de jeugd: Olleke Bolleke voor de jongsten, Paulus de Boskabouter voor de wat groteren en Pipo de Clown voor de nog wat oudere jeugd. Maar er was niet alleen vermaak. Oom Henk beantwoordde vragen van kinderen en de VARA bracht ook programma's rond de jeugdorganisatie AJC.
In de jaren zestig en zeventig breekt het besef door dat kinderen niet alleen maar hoeven te luisteren naar de ouderen. Kinderen mogen ook wel eens stout of ondeugend zijn. Zoals Mik & Mak die niet luisteren naar de praatjes van huiseigenaar Humdrum. In 1969 formeerde Frans Boelen een schrijverscollectief met onder andere Willem Wilmink. Samen met componist Harry Bannink en een kern van acteurs rond Aart Staartjes zou dit collectief tekenen voor een reeks grensverleggende kinderprogramma's. In 1972 ging de meest geruchtmakende serie De Stratemakeropzeeshow van start, in 1979 gevolgd door Dat ik dit nog mee mag maken en vooral J.J. de Bom, voorheen de kindervriend. De 55 afleveringen van de Stratemaker die de VARA tussen 3 oktober 1972 en 26 december 1974 uitzond verwierven een status van vrijmoedigheid, want de belevingswereld van het kind zelf stond hierin centraal. Ouders waren arme stakkers die keer op keer werden overtroefd door hun voorlijke en mondige kinderen, die uiterst assertief spraken en zongen over verlegenheid, zenuwen, seks, kwaadheid, poep, pies en andere controversiële zaken. Misschien nog populairder waren de 207 afleveringen van De Film van Ome Willem die de VARA tussen januari 1974 en 1989 uitzond voor de allerjongsten. Ook hier werkte het schrijverscollectief aan mee, maar het programma werd gedragen door de zanger Edwin Rutten. Ome Willem deed rare dingen, maar gelukkig ook veel goeds en alles kwam aan het eind toch op zijn pootjes terecht.
In de jaren tachtig en negentig zocht de VARA naar een goed opvolger van de succesvolle kinderseries, maar men vond pas iets toen Peter Jan Rens in 1987 van Veronica naar de VARA kwam om De Grote Meneer Kaktus Show te maken. Hij maakte later ook nog Geef nooit op. De VARA sloeg voor de oudere kinderen een meer volwassen toon aan, want ook kinderen konden maatschappijbewust zijn. Je ziet maar gaf alleen in de titel al aan dat jongeren een eigen wil mochten tonen en Jules Unlimited toonde dat ook de saaie wetenschap voor jongeren interessant kon zijn mits je het in een spannende vorm goot. Het zangfestival Kinderen voor Kinderen toonde vanaf 1980 veel meer belangstelling voor echte problemen in de kinderwereld dan de Roodborstjes of De Jonge Flierefluiters ooit hadden gedaan. En de tekenfilmserie Alfred J. Kwak van Herman van Veen liet ook de wereld zien zoals ze was, inclusief alle problemen zoals het milieu, herlevend fascisme en de teruglopende walvisstand. In komische series zoals Zeg ‘ns AAA, Oppassen!!! en Kinderen geen Bezwaar kwamen ook spelenderwijs maatschappelijke en politieke vraagstukken voorbij.