De consument bestond nog niet in de jaren twintig. Mensen kochten wel zaken om in leven te blijven, maar van grootschalige massaconsumptie was nog geen sprake. Dat gold zeker voor de arbeidersklasse, die het grootste deel van de achterban van de VARA vormde. Voor hen maakte de VARA programma's die hen vooral inlichtten over hoe het eigen leven praktisch in te richten was. Kok P.J. Kers liet in verschillende reeksen kookprogramma's zien hoe een voedzame en betaalbare maaltijd te bereiden was. Voor de huisvrouw waren er voorts naai- en knipprogramma's, ook al gericht op zelfredzaamheid. En dan waren er veel programma's met praktische informatie over sociale zekerheid (of liever: het gebrek daaraan), zoals de vakbondspraatjes in de jaren dertig en het naoorlogse Van de Wieg tot het graf van vakbondsman Coen van der Lende. Kees Cabout verzorgde vanaf 1948 de Ducdalf, programma van kleine zaken, dat gezien kan worden als het eerste programma dat werd gemaakt op basis van wat luisteraars zelf aandroegen.
In de jaren zestig veranderde het perspectief op de consument dramatisch van karakter. Onder invloed van Nieuw Links ontstond het idee dat media tot taak hadden om een kritisch bewustzijn bij burgers te laten ontstaan. Iedereen had ‘het recht op informaatsie' en de consument, die in de welvaartsstaat werd overspoeld met allerlei nieuwe producten en diensten moest worden gewapend tegen praktijken die hem zouden benadelen. In 1959 begon de VARA een serie radioprogramma's waarin werd gesproken over ‘consumentenbelangen'. Op de televisie verscheen in november 1965 Koning Klant, de eerste consumentenrubriek in Nederland. De rubriek, die Wim Bosboom beroemd zou maken, leverende voorlichting over nieuwe producten, maar ook warentest van nieuwe producten. Koning Klant wilde zo ‘de consument weerbaarder maken tegenover aanstormende krachten van prijsverhogingen en suggestieve verkoopmethoden'. Fameus werd ‘de miskoop van de maand'.
Van geheel andere aard was De Ombudsman, een programma voor radio en televisie dat de consument en burger weerbaar wilde maken door voor zijn of haar belang op te komen bij autoriteiten en de overheid. Marcel van Dam was de eerste ombudsman. Hij liet mensen zelf aan het woord en confronteerde autoriteiten met hun klachten of problemen.
In de jaren tachtig werden Koning Klant en De Ombudsman samengevoegd tot De Konsumentenman, dat werd gepresenteerd door Frits Bom. Hij zocht naar nieuwe, minder statische en meer televisiegenieke vormen van consumentenvoorlichting en belangenbehartiging. Hij reisde bijvoorbeeld met een bus naar de Spaanse kusten om er klachten over vakanties en toeristische attracties in ogenschouw te nemen. De kritische consument stond volledig centraal in dit programma. In 1989 werd het opgevolgd door Kassa, dat allerlei oude elementen in nieuwe vormen goot onder leiding van Felix Meurders. Met de Belbus ging men op bezoek bij de misdeelde of benadeelde consument; in De Stoel konden burgers hun eigen verhaal kwijt en het in de studio aanwezige publiek participeerde in de gesprekken. Zo ontstonden directe confrontaties van benadeelde consumenten en diegenen die dat leed al of niet hadden veroorzaakt.